Hoe bestuur je een profclub met één van de kleinste budgetten van Nederland – en promoveer je tóch naar de Eredivisie? In dit interview blikt oud-bestuursvoorzitter Pieter de Waard terug op de promotie van Telstar. Over slim beleid, nuchter ondernemen met beperkte middelen, en bouwen aan een club die tegen de stroom in blijft groeien.
“Het is gelukt met nuchterheid, creativiteit en een klein budget. Zoals altijd bij Telstar.”
Telstar is gepromoveerd naar de Eredivisie – een prestatie die bijna niemand had voorspeld. Met de op één na minst waardevolle selectie van het Nederlandse profvoetbal en één van de kleinste begrotingen was de stap naar het hoogste niveau allesbehalve vanzelfsprekend. Oud-bestuursvoorzitter Pieter de Waard blikt terug op deze historische prestatie en kijkt vooruit naar de uitdagingen die Telstar nu te wachten staan.
“Een dorpsclub met ambitie”
“Het is natuurlijk heel bijzonder,” opent De Waard. “Je promoveert met een selectie die op papier relatief gezien nauwelijks waarde vertegenwoordigt.” De promotie bracht een ongekende golf van trots los in de regio. “Er was altijd verborgen trots. Nu is die voelbaar, zichtbaar. Achtduizend mensen op het marktplein, op een maandag – dat zegt alles.”
Volgens De Waard is het geen toeval dat er achtduizend mensen op het marktplein stonden. “We hebben altijd geloofd dat de potentie qua fanbase er is. De KNVB en Hypercube hebben dat ook bevestigd in onderzoeken. De basis was er al. Nu wordt het zichtbaar.”
Van ‘Stip aan de horizon’ naar de Eredivisie
De promotie past binnen een groter plan. “Zeven, acht jaar geleden schreef Steef Hammerstein een beleidsplan: Stip aan de horizon. Dat plan ging niet alleen over het eerste elftal. We wilden ook de jeugdopleiding herinvoeren, Telstar Vrouwen terugbrengen. Maar er stond ook in: we willen in ons 63e levensjaar in de Eredivisie spelen. En laat dat nou precies aankomend jaar zijn.”
Toeval? Niet echt, volgens De Waard. “We hebben bewust gebouwd. Kleine stappen, geen wilde sprongen. Geen beleid van de waan van de dag, maar van gestaag groeien.”
Besturen met één van de kleinste budgetten
Het is elk jaar opnieuw een uitdaging om de begroting sluitend te krijgen binnen een kleine club als Telstar. “Dat is gewoon moeilijk,” erkent De Waard. “Maar het is ons altijd gelukt om toch te presteren. Niet door grote uitgaven, maar door slim te werken, met creativiteit én een trouwe groep ondernemers die achter de club staat.”
Sponsoring blijft lastig. “Grote sponsoren vinden is moeilijk voor een club van onze schaal. Maar we hebben een kring van regionale ondernemers, aandeelhouders, die altijd klaarstaan als het écht nodig is.”
De kantoororganisatie was klein maar hecht. “We deden het met acht mensen op de payroll en vier FTE aan vrijwilligers. De grootste uitdaging was corona. Dat was echt een overval. Maar ook daarin bleven we overeind.”
De nieuwe realiteit: Eredivisievoetbal
Met promotie komen er andere uitdagingen bij. De Waard somt het op: “Het stadion moet worden aangepast: de verlichting moet verdubbeld, het kunstgras wordt natuurgras, voor uit-supporters moet de veiligheid omhoog, beter ontvangst, alles.”
Ook de organisatie moet meegroeien. “Volgens het licentiereglement moet de kantoorbezetting omhoog. Dat kost geld. Maar het zijn allemaal investeringen in de club, niet weggegooid geld. En wij geloven: liever investeren in het fundament dan in een paniekaankoop.”
De echte doelstelling: top 25 van Nederland
Interessant genoeg is ‘handhaving’ geen doel op zich. “Telstar wil structureel bij de top 25 van Nederland horen. Dat betekent: Eredivisie als het lukt, en anders top 8 van de Keuken Kampioen Divisie – want dat geeft recht op play-offs.”
Dat lijkt bescheiden, maar is bewust zo gekozen. “Veel clubs trekken alles uit elkaar om koste wat kost in de Eredivisie te blijven. Daar gaan ze vaak aan ten onder. Wij willen stabiliteit. Vallen we terug, dan is dat ingecalculeerd. Zolang we het plan volgen, blijven we bouwen.”
Tot slot
Pieter de Waard is trots op de club. “We zijn een club met nuchterheid en met een verhaal.”