Coachen naar succes in Onderwijs en Topsport

14 mei 2024

Van Klaslokaal tot Sportveld met Robin van Galen

Nederland kampt met een enorme krapte op de arbeidsmarkt. Welke gevolgen heeft dit voor het onderwijs en welke parallellen kunnen we trekken met de topsport? In dit artikel bespreken we samen met voormalig bondscoach van het gouden waterpoloteam en docent Robin van Galen hoe je kunt omgaan met tekorten, gebrek aan motivatie en het coachen van spelers en leerlingen. Wat zijn de overeenkomsten tussen het onderwijs en topsport en wat zijn juist de grootste verschillen?

Eind 2023 liet de Rijksoverheid  weten dat er 9.800 voltijd banen tekort komen in het primaire onderwijs en 3.800 banen in het voortgezet onderwijs. De werkdruk stijgt en het wordt lastiger om de leerling of student écht centraal te zetten, zoals dat wel zou moeten.

Robin van Galen herkent dit in zijn werk als docent aan de Hogeschool van Rotterdam, maar ziet dit ook gebeuren in de topsport. “In heel Nederland is er te kort aan werkende mensen, zo is er ook een tekort aan topcoaches bijvoorbeeld. Iedere sportbond en iedere organisatie zou moeten nadenken over het opleiden en begeleiden van goede mensen. Als het lukt, heb je goud in handen. Als Arne Slot bijvoorbeeld vertrekt bij Feyenoord, moet er al een lijstje klaarliggen met minimaal drie vervangers. Je weet dat er een moment komt dat hij vertrekt, dus wees proactief. Ook zul je de “high potentials” binnen je organisatie moeten klaarstomen voor het grotere werk in de toekomst. Bied maatwerk, wat heeft iemand nodig om zijn of haar potentie te ontplooien? Wat voor de een geldt, geldt niet voor de ander. “

“In het onderwijs is het net zo. Er zijn te weinig docenten en te weinig topdocenten. Over het algemeen moet de overheid het aantrekkelijker maken om docent te worden, met goede arbeidsvoorwaarden en een prettige werkomgeving. Daarnaast zou ik als school proberen een aantal topdocenten aan te trekken door extra faciliteiten te bieden. Denk onderscheidend! Als je blijft doen wat je deed, krijg je wat je altijd kreeg! Probeer het eens anders!”

Werkdruk

De werkdruk is nog nooit zo hoog geweest; leraren staan voor veel te grote klassen en kunnen minder aandacht geven aan kinderen die dat juist wel nodig hebben. Hierbij een aantal belangrijke tips van Robin van Galen om gemotiveerd te blijven, zelfs als de druk even te hoog wordt.

  • Betrek anderen bij je probleem, zo creëer je medeverantwoordelijkheid. Laat collega’s meedenken. Soms kun je zelfs studenten/leerlingen laten meedenken over oplossingen. Mensen willen wel veranderen of meedenken, maar ze willen niets opgelegd krijgen.
  • Focus vooral op dat deel van het probleem waar je invloed op hebt. Op de keuzes van de regering heb je niet zoveel invloed. Maak het probleem kleiner en kijk vooral naar je eigen situatie. Wat betekent dit voor mij en mijn klassituatie? Hoe kan ik dit het beste oplossen? Dus kijk op micro- in plaats van macroniveau.
  • Er zijn altijd studenten of spelers (want in de sport heb je dat ook) die niet willen of ergens te weinig energie in steken. We ergeren ons vaak aan degenen die niet willen, maar probeer je juist te richten op de mensen die wel willen. Die verdienen jouw aandacht. Dus parkeer mensen die niet willen en focus je vooral op de mensen die wel meedoen. Dat geeft jou ook weer energie, waardoor je werk zinvoller wordt.

 

“Onlangs heb ik een afspraak gemaakt met vijf leerlingen die niets deden en bezig waren met andere dingen op hun computer (spelletjes, Netflix, etc.). De afspraak is echter dat ik geen last van je wil hebben, anders stuur ik je weg. De andere twintig studenten die wel gemotiveerd waren, stelden vragen en deden goed mee. Dus was ik voor 99% gefocust op deze twintig studenten en liet ik die vijf maar een beetje aanrommelen zonder dat ik er last van had. Dat werkte goed, en het grappige was dat je na een aantal lessen ook zag dat deze vijf zich anders gingen gedragen, want het is vaak ook een kwestie van houding.”

 

Coachen in sport en onderwijs

“Er zijn veel overeenkomsten tussen coachen in de sport en coachen in het onderwijs. Je probeert vooral mensen positief te beïnvloeden. Probeer een balans te vinden voor jezelf op het gebied van Inhoud, Proces en Relatie. Wat mij betreft zijn ze alle drie even belangrijk. Je moet verstand hebben van je vak, dus in principe moet je qua inhoud boven de stof staan en alle inhoudelijke vragen kunnen beantwoorden. Daarnaast moet je een helicopterview hebben met betrekking tot het proces. Waar werken we naartoe? Hoe ziet het meerjarenplan eruit? Wat betekent dit voor het jaarplan? Breek het af naar maanden, weken en dagen, en je hebt je antwoord op de vraag: wat gaan we vandaag doen dat bijdraagt op de lange termijn?

Tot slot is de relatie belangrijk. Je kunt op honderd manieren werken aan de relatie met je studenten of sporters. Aardig zijn of interesse tonen kost niets en levert veel op. Stel vragen en wees oprecht geïnteresseerd. Verdiep je in je student/sporter. Waar houdt hij/zij zich mee bezig? Waar kun je helpen? Waar kun je stimuleren? Waarmee kun je positief beïnvloeden?

Ik ben op mijn 23e begonnen met fulltime lesgeven als docent Economie. Als coach heb ik daar veel aan gehad. Didactiek, Pedagogiek en Structuur. Dat soort dingen leer je in de opleiding en daar heb je als sportcoach veel baat bij. Het is niet voor niets dat coaches als Louis van Gaal, Co Adriaanse, Foppe de Haan, Guus Hiddink, Marc Lammers en anderen een achtergrond hebben als docent vanuit de ALO.”

Wat heb je aan elkaar?

“Om het beste in elkaar naar boven te halen, moet je elkaar opzoeken, met elkaar praten, ideeën en ervaringen uitwisselen. Sportcoaches uit verschillende sporten waren bijvoorbeeld voor mij een inspiratiebron. Een aantal keer per jaar hadden we het NCP (Nationaal Coach Platform) op Papendal. Daar kwamen honderd bondscoaches uit vijftig verschillende sporten bij elkaar om allerlei informatie te delen. Zoiets kan natuurlijk ook in het onderwijs. Bouw een netwerk. Nodig interessante mensen uit om ideeën op te doen. Het zet je aan het denken, ontwikkelt jezelf en anderen, en je krijgt vernieuwde energie. Is dat niet mooi?”