Dit weekend vormt Zuid-Limburg opnieuw het decor voor een van de spannendste en meest onvoorspelbare wielerkoersen van het jaar: de Amstel Gold Race. In het heuvelachtige landschap komen positioneren, timing en explosiviteit samen in een wedstrijd waar één moment van verslapping direct kan worden afgestraft.
We blikken vandaag samen met Tom Dumoulin vooruit op deze prachtige klassieker in het zuiden van ons land. Niet alleen als liefhebber van de koers, maar ook omdat hij vanaf volgend jaar als koersdirecteur betrokken is bij de wedstrijd. Tom weet daardoor als geen ander wat deze race zo uniek maakt en waarom de Amstel Gold Race ieder jaar opnieuw garant staat voor spektakel. Aan de vooravond van de Nederlandse klassieker deelt hij zijn blik op de koers, zijn favorieten van dit jaar, zijn toekomstige rol als koersdirecteur én de belangrijkste lessen uit zijn eigen carrière.
Een gevecht om positie
“Wat de Amstel Gold Race zo lastig maakt, is dat het Limburgse heuvelland uniek is,” vertelt Tom. “Allemaal korte, venijnige klimmetjes, constant draaien en keren, en continu vechten om positie. Dat maakt het superzwaar.”
Tom geeft aan dat de de moeilijkheid niet alleen in het parcours zit, maar vooral in de constante strijd om vooraan te blijven rijden. “Je moet eigenlijk de hele dag van voren zitten,” legt hij uit. “Als je te ver achteraan zit, ontstaan er opstoppingen onderaan de klim en moet je nog harder rijden dan de mannen voor je. Dat maakt deze koers ontzettend vermoeiend.”
Juist daardoor is de wedstrijd volgens hem zo aantrekkelijk om naar te kijken. “Het mooie aan de Amstel Gold Race is dat veel verschillende typen renners hier kunnen winnen. Klassieke renners, maar ook klimmers met body en kracht: allemaal maken ze kans.” En precies dat maakt de koers ieder jaar weer onvoorspelbaar. “Het is lastig te voorspellen wie hier wint en moeilijk voor één ploeg om de wedstrijd volledig te controleren. Dat zorgt voor spektakel.”
Een nieuwe blik als koersdirecteur
Vanaf 2027 wordt Tom koersdirecteur van de mannenwedstrijd, een rol waarin hij op een heel andere manier naar de koers kijkt. “Mijn grootste verantwoordelijkheid wordt dat de wedstrijd veilig verloopt,” zegt hij. “Voor de renners, de hele karavaan én de toeschouwers. Dat is uiteindelijk het allerbelangrijkste.”
Maar veiligheid alleen is niet genoeg. Ook spanning speelt een grote rol. “Je wilt als koersdirecteur natuurlijk ook een mooie en spannende wedstrijd zien. Daarom kijk je kritisch naar het parcours en hoe de koers zich ontwikkelt.” Een voorbeeld daarvan is de terugkeer van de Cauberg in de finale. “Die is vorig jaar weer teruggebracht vlak voor de finish, juist omdat de wedstrijd veranderd is en renners tegenwoordig anders koersen dan vroeger.”
Favorieten voor zondag
Als Tom vooruitkijkt naar de editie van dit jaar, ziet hij meerdere kanshebbers voor de overwinning. “Remco Evenepoel is voor mij de topfavoriet. Hij heeft de kwaliteiten en de ploeg om deze koers te controleren.”
Daarnaast noemt Tom nog een aantal andere namen om rekening mee te houden. “Mattias Skjelmose, Tom Pidcock en Ben Healy hebben allemaal de kwaliteiten om mee te doen om de winst.” Hoewel hij graag ook Mathieu van der Poel en Tadej Pogacar aan de start had gezien, lijkt hun deelname onwaarschijnlijk. “Dat is jammer, maar ook zonder hen hebben we een prachtig startveld.”
Passie maakt het verschil
Terugkijkend op zijn eigen carrière heeft Tom één belangrijke les geleerd: topprestaties beginnen bij plezier en passie. “Als je iets met plezier en passie doet, kun je door een muur heen gaan,” zegt hij. “Dan is geen training te lang en geen wedstrijd te zwaar.”
Volgens Tom ligt daar de basis van presteren op topniveau. “Als jij een groot doel nastreeft en daar volledig achter staat, dan kun je veel meer aan dan je denkt. Zowel mentaal als fysiek.”
Jarenlang ervaarde hij zelf hoe fascinerend dat gevoel kan zijn. “Het is bizar wat je lichaam aankan als je echt ergens voor gaat.” Maar hij weet ook hoe snel dat kan omslaan zodra die passie verdwijnt. “Toen ik het plezier verloor, voelde ineens alles zwaar. Trainingen van vijf of zes uur werden moeilijk, wedstrijden werden zwaarder en het afzien dat eerst normaal voelde, begon ineens echt zwaar te worden.”
Volgens Tom kwam dat vooral doordat hij het eigenaarschap over zijn doelen langzaam kwijtraakte. “Als je dat verliest, verandert je hele beleving van wat je doet.”
Vrijheid, autonomie en eigenaarschap
Die ervaring neemt hij nu mee in alles wat hij doet, als analist, koersdirecteur en spreker. “Voor mij is eigenaarschap heel belangrijk,” legt hij uit. “Vrijheid, autonomie en zelf invloed hebben op wat je doet, dat zorgt ervoor dat ik plezier houd in mijn werk.”
Volgens Tom maakt dat uiteindelijk niet alleen hemzelf beter, maar ook de mensen om hem heen. “Als ik met passie en plezier werk, kan ik dat ook overbrengen op anderen. Daar wordt iedereen sterker van.”
Juist daarom speelt dat thema ook een grote rol in de lezingen die hij tegenwoordig geeft. Daarin deelt hij de lessen die hij meenam uit zijn carrière en hoe die nog altijd toepasbaar zijn buiten de sport. “Ik probeer mensen vooral mee te geven dat het belangrijk is om te ontdekken hoe jij zelf het beste functioneert,” vertelt hij.
Goed presteren begint bij zelfkennis. “Je moet weten wat jij nodig hebt om op je best te zijn. En dat ook durven uitspreken richting de mensen met wie je werkt.” Of dat nu binnen een groot bedrijf is, in een klein team of als zelfstandige: volgens hem blijft die vraag hetzelfde. “Iedereen zou zichzelf moeten afvragen: hoe functioneer ik eigenlijk het beste?”
Wil je meer weten over Tom als spreker? Bekijk zijn profiel hier.