Op weg naar Parijs 2024 met: Kim Lammers

‘Hockey heeft me geleerd te reflecteren, wat kan ik de volgende keer nog beter doen?’

Over iets meer dan een maand is het dan eindelijk zo ver: op 26 juli gaan de Olympische Spelen in Parijs van start! De Paralympische Spelen zullen een maand later van start gaan. Van Esther Vergeer en Pieter van den Hoogenband tot Leontien van Moorsel en Marc Lammers, binnen ons aanbod hebben we een mooie verzameling van sprekers die een bijzonder verleden hebben op deze mondiale eindtoernooien.
In onze nieuwe serie van ‘Op weg naar Parijs 2024 met’ lichten wij iedere week een bekende olympische of paralympische spreker uit, waarbij hij/zij terugblikt op de ervaringen op dit podium. Hierbij komen herinneringen, belangrijke lessen maar ook zeker luchtige anekdotes naar boven.
Deze week is het de beurt aan voormalig hockeyster Kim Lammers. Voor de Olympische Spelen van 2008 in Beijing, waar de Nederlandse hockeyvrouwen goud wonnen, raakte ze zwaar geblesseerd aan haar knie. Ze wist zich echter terug te knokken en werd hiervoor uiteindelijk beloond met een gouden medaille in Londen. Hoe ga je met druk en teleurstellingen om? Hoe behoud je je focus als team en individu? We leggen deze vragen voor aan Kim.

Wat is je mooiste herinnering aan de Olympische Spelen?
‘Ik kan niet één specifiek ding benoemen. Het kostte mij tien jaar voordat het eindelijk lukte nadat ik Athene en Beijing miste. Drie weken lang heb ik mijn ogen uitgekeken. Maar we zaten ook als team in een bubbel, we waren heel erg gefocust op wat we wilden bereiken. Dat hele proces met elkaar, wedstrijd voor wedstrijd, naar dat ultieme moment, het winnen van goud.’
Hoe zag jouw voorbereiding eruit richting de Olympische Spelen?
‘We hebben een jaar van maandag t/m woensdag intern gezeten op Papendal. Daar hebben we keihard gewerkt aan onze fysieke, mentale en technische skills. Gedurende de wintermaanden zouden we naar Londen afreizen om al kennis te maken met het veld en de stad. Maar zonder dat we het wisten werden we gedropt op een berg in Alicante. Onder begeleiding van militairen zijn we twee nachten en drie dagen afgebeuld en getest op leiderschap en dingen waar je geen invloed op hebt. Dáár zijn we als team naar elkaar toe gegroeid en dat is dus een van de redenen waarom wij Olympisch kampioen zijn geworden.’
Hoe ging je om met de druk om te presteren?
‘Focus, duidelijke doelen op korte en lange termijn. Geloof in eigen kunnen en gericht op mijn kwaliteiten.’
Van welk moment heb je het meest geleerd tijdens de Olympische Spelen?
‘Het moment dat vlak voordat de start van het toernooi Willemijn Bos uitviel met een zware knieblessure. Het persoonlijke verlies voor haar, maar ook het gemis voor het team. Dat hebben we echt als team opgepakt. Onze kracht was eenheid uit diversiteit. Als je de wedstrijden terugkijkt, zie je dat er elke keer iemand anders opstaat en de wedstrijd beslist.’
Welke lessen van de Olympische Spelen heb je meegenomen in het dagelijks leven en zou je mee willen geven aan de lezer? 
‘Niet specifiek van de Olympische Spelen maar wel de weg naar de Olympische Spelen. Ik moest er lang op wachten, of ik was niet goed genoeg, of ik was geblesseerd. Hoe ik met die teleurstellingen ben omgegaan, heeft me heel veel geleerd. Mijn passie voor hockey was groot, opgeven is nooit een optie geweest. Het heeft me geleerd te reflecteren, wat kan ik anders doen? Welke hulp kan ik inschakelen? Hoe kan ik het beste samenwerken met mijn teamgenoten? Door te winnen en te verliezen als individu heb ik geleerd hoe het werkt in high performing teams en wat mijn rol daarin is. Hoe zorg ik dat ik in mijn kracht sta, ook als de druk heel hoog is.’
Welke sporter gaat verrassen op de Olympische Spelen?
‘Ik kies dan voor de Nederlandse hockeymannen, zouden zo maar eens goud kunnen winnen.’